De kracht van kleur bij het schrijven

Kleur is een van de meest gebruikte bijvoeglijke naamwoorden van schrijvers.

Waarom? Heel simpel, wie kan lezen, kan meestal ook kleuren herkennen. Kleur hoort bij het dagelijks leven. Kleurwoorden geven voeding aan verbeelding en kunnen een scene heel goed tot leven wekken.
Vrijwel iedere schrijver gebruikt wel kleur in zijn verhalen. Maar sommigen vergeten dat je kleur op heel veel manieren kunt gebruiken. Soms zitten ze vastgebakken aan één bepaald adjectief en dat gebruiken ze telkens weer. Dat wordt al gauw een saaie boel.

Je kunt natuurlijk de kleur van een ding noemen. Een rode appel, een zwarte kat, een blauwe vis, enzovoorts. Dat draagt inderdaad bij aan een meer gedetailleerde voorstelling in het hoofd van de lezer. Maar het zijn maar gewone en alledaagse woorden. Er bestaat wel meer dan rood, oranje, geel, groen, blauw, paars, bruin, wit en zwart. Een waar spectrum van duizenden kleuren staat tot je beschikking. Met een ruimere woordkeuze kun je veel meer oproepen. Je voorkomt bovendien dat de lezer zich gauw gaat vervelen.
Een paar suggesties:
rood, bordeaux, karmijn, cerise, kers, karmozijnrood, fuchsia, kastanjebruin, magenta, robijn, sanguine, scharlaken, vermiljoen …
Oranje, kastanjebruin, geelrood, kastanje, koraal, gember, perzik, mandarijn ..
Geel, amber, bisque, blond, goud, ivoor, citroen, oker, saffraan,  …

Krijg je de smaak al te pakken?

Groen, smaragd, mosgroen, jade, limoen, mint, olijf, dennen, salie, kopergroen, Viridian, wilgengroen
Blauw, azuur, hemelsblauw, kobalt, indigo, marine, koningsblauw, saffier, turkoois, ultramarijn …
Paars, amethist, lavendel, lila, mauve, moerbei, orchidee, pruim, violenblauw, wijnrood …
Wit, albast, asgrauw, parelwit, grijs, zilver, rokerig, steen,
zwart, antraciet, ebbenhout, obsidiaan, onyx, marter …

Moeten we doorgaan?

Er is in elk geval keuze genoeg. Maar er komt  meer bij kijken dan het kiezen van een kleur. Denk eens aan een vergelijking tussen twee verschillende objecten, waarbij je de kleur van het ene ding gebruikt om het andere te beschrijven. Bijvoorbeeld:
de bladeren waren rood en oranje –> de bladeren hadden de kleur van flakkerend vuur…
Het shirt was roze –> Het shirt had de kleur van verse rozenblaadjes

Beide manieren kunnen werken. Het gaat erom dat je bepaalde dingen met een belangrijk detail wilt uitlichten. Je hoeft de lezer echt niet de kleur van elk ding te vertellen, maar als je in staat bent met kleuren  een schilderij van woorden te maken, is het voor de lezer helderder en plezieriger om je boek uit te lezen.

Niet bang zijn om te proberen. Doe gewoon  een poging als je weer eens ‘n detail beschrijft. In het begin zal het even wennen zijn. Misschien is het niet genoeg of juist te veel, je hoort het vanzelf van de recensenten. De dosering is gemakkelijk aan te passen. Het gaat erom dat het leuk blijft. Als je eenmaal de balans hebt gevonden, komen de juiste woorden tijdens het schrijven vanzelf naar boven. Go with the flow! En dan moet je eens kijken hoe je proza begint te stralen!

de kleuren van Leuchtturm1917

Vrij naar: Jake Rose, artiest en schrijver.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s