Poëzie schrijven, kun je dat leren?

Schrappen, omgooien, schaven – dit is een artikel van Margriet Oostveen. Het verscheen in 1997 in NRC HANDELSBLAD –

Poëzie kun je lerenHet schrijven van poëzie valt niet echt te leren. Toch zijn er volop cursussen. “Blijf doorpeuteren!”

DE DOCENT: ,,Gevoelsmatig zou je denken dat-ie vrouwelijk is.”
Cursist 1: ,,Maar door die stekels denk je weer aan een man, hè.”
Cursist 2: ,,Ik vind het schoteltje eronder eigenlijk mooier.”
De docent: ,,Dat mag hoor.”
Cursist 1: ,,Hoe oud is-ie?”

De eerste warme zaterdagmiddag van het jaar. Amsterdam is kalm, strand en park raken vol. In een zweterig klaslokaal middenin de Jordaan turen elf mensen naar een monsterlijke cactus. Cursiste Daphne fluistert verheugd: ,,Kijk! Een man met blote bast voor het raam!” De anderen kijken haar bits aan, turen voort, maken aantekeningen. Tijdens de derde les van de introductiecursus voor plezierdichters van Schrijversvakschool ’t Colofon heeft docent Gerry van der Linden de cactus op een tafeltje gezet. Tien minuten moeten de cursisten er “associatief’ over schrijven. Dan: vijf minuten “comprimeren’. Scholier Frank, met 22 jaar de jongste: ,,Wat is dat, comprimeren?”

Van der Linden: ,,Het tot de essentie terug brengen. Gewoon schrappen, zeg maar.”

Thuis dient vervolgens op basis van de aan tekeningen een cactus-gedicht te worden gemaakt. Om in de volgende les gezamenlijk te bespreken. ,,De vorm mag je zelf kiezen, maar let op metrum en ritme”’, zegt Van der Linden. ,,Dat snap ik niet”, antwoordt bloembollenkweker Wil, een zestiger. Van der Linden: ,,Metrum is de maat. Ritme, dat zijn de woorden die je benadrukt.”

Monsterlijk, zo leren we al snel, is de cactus dus alleen voor de oppervlakkige beschouwer. De dichter kijkt verder, naar hoe het licht op de stekels valt bijvoorbeeld, of naar de barst in het schoteltje eronder. Een dichter denkt: hoe komt de cactus aan zijn curven? Hoe vóel ik mij, de cactus aanschouwend? Gevoelt de cactus soms ook? En waarom, dit alles?

Cursiste Cobi had er in haar gedicht “Dicht cursus” over gemopperd: “Een gedicht/ Als plicht/ (…) Ik voel me zo koel/ En kom niet bij mijn gevoel’.

Is het schrijven van poëzie te leren? Bij dichten gaat het in de eerste plaats om een attitude, zegt Gerry van der Linden. ,,Technieken vind ik van minder belang, anders wordt het hier een rederijkerskamer. Een sonnet kan kloppen volgens de regels, maar toch niet meer dan een mooie lege huls zijn.”

,,Het wroeten in de eigen ziel”, is volgens Rob Schouten ,,een typische beginnershouding.” Hij begeleidt gevorderde dichters bij ’t Colofon. ,,Beginners zijn niet geneigd de realiteit erbij te betrekken. Het kan geen kwaad ze de straat op te sturen om ze te leren kÌjken.”

,,Je moet gevoelig worden voor beelden”, vindt Aly Freije, poëzie-docente bij de Amsterdamse Stichting Schrijven. Zij begint haar lessen altijd met àfleren: ,,Mooi schrijven, daar moeten ze het eerst mee ophouden. Geen grote lege woorden maar: concreet blijven. Observerend. Ophouden met al dat autobiografische. En even niet rijmen. Zeker in het begin verval je dan al snel in een soort Sinterklaasgedichten.”

Schouten: ,,Poëzie schrijven is natuurlijk niet ècht te leren. Wat je er hooguit aan kunt doen, is een dichter, als-ie eenmaal een beetje is gevorderd, op zijn sterke en zwakke punten wijzen. Het belangrijkste dat ik voor mijn leerlingen doe, is ze op andere dichters wijzen. Om te zien wat er allemaal mogelijk is. Want de meesten zijn nou niet bepaald poëzielezers. Ze zijn vaak erg met zichzelf en hun eigen werk bezig.”

Talent is de eerste vereiste voor wie dichter wil zijn, vinden ook de beginners uit de klas van Gerry van der Linden. De meesten hebben nog “geen idee” of ze dat hebben. Naast de bloembollenkweker is er onder anderen een patholoog bij, een psycho-analytica, een grafisch ontwerper, een docent en een verpleegkundige. “Hobbyisten”, noemen ze zichzelf. De een wil haar ,,eigen gedachten leren samenvatten”, de ander zegt: ,,Niet iedereen wordt pianist. Maar pianospelen kan heerlijk zijn.” Alleen scholier Frank heeft “de illusie” dichter te worden. Maar hij wordt hier dan ook “ons jonge talent” genoemd. Frank dichtte de regels: “Ik heb de dag/ om van te leven/ maar zonder genezing/ kan ik niet’.

,,Ooh”, zuchten de anderen als hij ze heeft voorgelezen. ,,Moedig!”, zegt iemand. Gerry van der Linden: ,,Nou, dat is dus mooi. Daar hoef je niets meer aan te doen.”

Op het schoolbord achter haar staat de code voor het dichten: S.O.S.!!! ,,Schrappen, Omgooien en Schaven”, zegt Van der Linden. ,,Aan een gedicht blijven doorpeuteren, dat is de bedoeling. Tot het perfect is.”

Maar ook na drie jaar les kan de behoefte om aus einem Guss de eigen zieleroerselen op het papier te kwakken, groot zijn. Tijdens een les voor gevorderden bij Rob Schouten thuis wordt lang gediscussieerd over een gedicht van leerling Roos (29), dat begint met: “Het huwelijk is uiteenvallend/ kolengruis/ ik ben een rode draak/ die plamuurt het braaksel met specie’.

,,Poeh”, is Rob Schoutens eerste reactie. ,,Wat bedoelt de dichter hiermee?”

Roos: ,,Ik was boos op iemand die had gezegd: je zult binnenkort wel trouwen.” Schouten: ,,Waar dacht je aan, bij dat braaksel?” Roos: ,,Ik was boo-hoos. Dat is zo in me op gekomen.”

Schouten: ,,Het boze braaksel dus. En verder niks? Je was kwaad, maar als je direct op je emotie gaat schrijven, kan het voor anderen moeilijk te begrijpen zijn.”

Roos: ,,Ja zeg! Dan kan ik alles wel in twijfel gaan trekken!”

Bijna een uur stelt Schouten met engelengeduld vragen over het gedicht van Roos. Ook zijn andere twee leerlingen blijven kalm.

De een, voorzichtig: ,,Ik denk dat de opvattingen waarmee we hier gedichten bekijken niet de juiste zijn voor die van Roos.”

De ander: ,,Roos, het is alsof je niets wilt aannemen. Ik vind het heel moeilijk jouw werk te bespreken.”

Schouten: ,,Ja. Ik ook.”

Gedichten schrijven De regels van het vrije versMaar Roos wil niet meer over haar werk discussiëren. Zo is het in haar opgekomen, en zo heeft ze het in een ruk opgeschreven. Als ze het aan de lezer zou aanpassen, zou ,,het niet meer kloppen”.

Wordt een gedicht gekunsteld als je leert manipuleren met poëtische technieken? ,,Je moet niet te trouw zijn aan je inspiratie”, vindt Schouten. ,,Een ontwrichtende gedachte in een gedicht komt vaak veel harder aan dan een “mooie” emotie. En wat is mooi? Candlelight-gedichten, de humuslaag van de poëzie, die moeten “mooi’ zijn. Maar ook een bitter gedicht is prachtig. Een fijn gedicht van gal.”

Beginnende poëzie-cursisten, zegt Aly Freije, verwachten dat je een gedicht “goed of slecht” vindt. ,,En er zitten inderdaad gedichten bij waarvan je tenen krom gaan staan. Daarop reageren, is een kunst op zich. Ik leer de groep hoe ze feedback kunnen geven. Door zinnen aan te wijzen die op grond van de opdracht niet kloppen. Door te letten op mooie beelden, taligheid en gelaagdheid. Een goed gedicht heeft vaak op verscheidene niveaus verschillende betekenissen.”

,,Er moet in een gedicht nòg een betekenis zijn. Een gedachte erachter. Je hoeft niet alles op papier te zetten”, zegt Gerry van der Linden tegen cursiste Carole als zij haar anekdotische gedicht “De co-assistent” heeft voorgelezen. Carole heeft zich daarin ,,helemaal op de drie-regelige strofes gestort”. ,,Het moest kloppen. Net een kruiswoordpuzzel. Dat vind ik veel belangrijker dan de inhoud.”

Van der Linden: ,,De vorm zit vast aan de in houd. Kies een vorm die past bij wat je wilt vertellen. Techniek is een hulpmiddel, meer niet.” Nu begint de groep te morren.

,,Je moet toch eerst de vorm beheersen?”

,,Ja! Zoals een schilder zijn materiaal moet leren kennen!”

,,En je hebt ook meer mogelijkheden als je de vaste vormen kent.”

,,Net als bij het rijm. Als je een rijmwoord zoekt, kan je opeens op een heel mooi ander woord te binnen schieten.”

,,Wij willen technieken leren!”

,,Inhoud heb ik zelf al genoeg. Daarvoor ben ik hier niet.”

De laatste regels uit Cobi’s “Dichtcursus”: “Het is een kwestie van tijd en/ gevoel/ Om te bereiken het ware/ dichtersdoel’.

,,Ik weet ook wel dat het nog niet helemaal loopt”, zegt ze erbij, om vervolgens hoopvol nog twee regels aan te wijzen: “Ik kan mij dwingen/ Om te zingen’.

– – –

Margriet Oostveen (1968) studeerde Nederlandse Letterkunde en was redacteur van NRC Handelsblad tot zij in 2005 naar Amerika verhuisde. Sinds een jaar of drie schrijft zij in NRC de wekelijkse column ‘Bericht uit Washington’.

Digitale leestip: Gedichten schrijven

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s