Boei het brein van de lezer. Hoe een goed verhaal werkt (3)

Lisa Cron vertelt hoe je de kennis vanuit hersenonderzoek kunt gebruiken om een goed verhaal te schrijven. Eergisteren las je de inleiding, gisteren maakten we je deelgenoot van  tips 1 en 2 voor schrijvers. In totaal heeft ze er zeven voor ons in petto . 

Hoe kun je zorgen dat je verhaal het brein van de lezer verovert? Het vervolg.

3. Wijd ons in in het streven van de hoofdpersoon

Iedereen heeft een agenda. Jij, ik en elk zichzelf respecterend personage. We zijn er nu eenmaal op ingericht ergens naar te streven, en dat is maar goed ook. Zoals cognitief wetenschapper Steven Pinker zegt: ‘Zonder streven wordt alles zinloos’.
Daarom moeten we onmiddellijk de (verborgen) agenda van de protagonist leren kennen. Wat wil hij? Of nog belangrijker: waarom wil hij dat? En ten slotte, wat moet hij daarvoor overwinnen?
Waarom is dit zo belangrijk? Omdat alles wat er in het verhaal gebeurt betekenis en emotionele waarde krijgt naarmate het ‘m dichterbij zijn doel brengt of er juist verder vanaf. Als we niet weten wat hij nastreeft hebben we geen idee wat het allemaal te betekenen heeft en kan het ons weinig meer schelen wat er gebeurt.

4. Vertel alleen wat wij moeten weten

Onze zintuigen worden gebombardeerd met meer dan 11 miljoen stukjes informatie per seconde. Onze hersens selecteren razendsnel wat we nodig hebben en wat we zonder problemen kunnen negeren. Op die manier wordt 99,9% van de informatie domweg weggegooid.
Dit is bij verhalen ook het geval. Je lezer gaat er van nature vanuit dat alles wat hij leest ergens goed voor is. Dat betekent dat hij zelfs betekenis hecht aan losse elementen in je verhaal die er helemaal niet toe doen. Waarschijnlijk de verkeerde betekenis, omdat er gewoon geen juiste betekenis is. Je begrijpt waar dit toe leidt. De belangrijkste vaardigheid van een schrijver is dan ook ‘kill your darlings’, schrappen!

5. Geef ons specifieke informatie

We denken niet abstract. We denken in beelden. Als we het niet voor ons zien, kunnen we het niet meevoelen en gebeurt er dus niets. Bij het woord ‘liefde’ bijvoorbeeld ziet iedereen iets (iemand) anders voor zich. We bereiken het universele alleen door het specifieke. Daarom is detail zo belangrijk voor verhalen. Toch zijn er veel schrijvers die het vaag en algemeen houden zonder dat ze het doorhebben.
Wat dan bijvoorbeeld, vraag je. Neem een simpele zin als ‘Fred had een rotdag op zijn werk’. Een prima zin, behalve dat we geen idee hebben wat Fred een rotdag vindt, wat er gebeurd is, of zelfs niet wat voor werk Fred eigenlijk doet. Het is nogal een verschil of Fred minister is of stierenvechter. Wees specifiek. Doe de ogen-dichttest. Kun je het zien met je ogen dicht? Zo nee, dan kan de lezer het ook niet.

<< morgen de laatste twee schrijftips! >>
(Bron: Lisa Cron – Wired for Story: The Writer’s Guide to Using Brain Science to Hook Readers from the Very First Sentence. Nederlandse bewerking: writersplaza)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s