Dagboekschrijven in tien stappen

Dagboekschrijven is niet zo moeilijk.

Maar hou wel een paar dingen in de gaten. Tien tips voor de dagboekschrijver.

  1. Hou het simpel

Dagboekschrijven is in essentie iets heel eenvoudigs. Je pakt pen en papier, je schrijft een paar bladzijden over je belevenissen. Dat doe je morgen nog een keer. En de dag erna.

Mensen maken het graag onnodig moeilijk. Dus je vraagt je af of je het wel goed doet, of je wel het goede dagboek gekocht hebt, je vraagt je af wanneer je wel en niet moet schrijven en welke kleur de inkt moet hebben…  Zo ben je misschien ook bij dit artikel terechtgekomen.

Diep inademen en teruggaan naar de basis: Het zijn gewoon woorden. Op papier. Meer heeft het niet om het lijf.

  1. Hou het privé

Ga je dagboek niet in de krant of op Facebook zetten. Berg hem goed op. De privacy van je dagboek is essentieel voor het schrijfproces. Het moet een veilige plek zijn waar je vastlegt wat je bezighoudt zonder dat je je iets van de mening van anderen hoeft aan te trekken. Als je het idee hebt dat anderen over je schouder mee staan te lezen ga je censureren en dan heb je niet zoveel meer aan dagboekschrijven. Boekenkist voor je dagboek

Trouwens, je krijgt alleen maar discussie en kritiek als je je dagboek gaat delen, en dat hoort helemaal niet bij een privédagboek. Niemand mag zich ermee bemoeien. Jij bent de enige.

Berg je dagboek dus goed op, daar waar niemand ‘m ziet liggen. Zo breng je ook niemand in verleiding te gaan lezen.

  1. Doe het regelmatig

Het helpt als je er een gewoonte van weet te maken. Daarmee word je getuige van je eigen ups en downs in je leven. Je dagboek laat zien dat je je beslist niet altijd klote voelt, want gisteren voelde je je nog blij! Dat heb je zelf opgeschreven.

Dagelijks dagboekschrijven geeft de beste resultaten. Dus ook als je niet boos bent bent en niet alleen als je de blues hebt. Je leven is zoveel kleurrijker.

Het mooie van frequent dagboekschrijven is dat je er persoonlijk door groeit. Dat je leert om patronen te herkennen in je leven, dat je inzicht krijgt in wat zich in je omgeving afspeelt en dat je daar grip op weet te krijgen.

dagboekschrijven met de pen

Woorden op papier. That’s it.

Sla je een keertje over, dan is er geen man overboord. Een paar keer per week schrijven is altijd nog beter dan helemaal niet. En straf jezelf niet als het een keertje niet lukt. Dat motiveert niet echt, hè. Dagboekschrijven moet goed voor je zijn. Het moet je een opgeruimd gevoel geven. Het is geen taak op je doelijst, geen verplichting en er staat geen straf op als het niet lukt.

Heb je weinig tijd? Prima, dan schrijf je heel eventjes. Een korte zit is ook heel heilzaam als je het elke dag doet. Tien minuutjes kunnen al genoeg zijn. Of wat dacht je van één regeltje per dag?

  1. Laat de taalnazi’s links liggen

Grappig genoeg noemen veel mensen als reden waarom ze geen dagboek bijhouden dat ze slecht kunnen spellen of teveel taalfouten maken. Maar aangezien je het alleen maar voor jezelf opschrijft maakt het helemaal niet zoveel uit of je het met een d of een t schrijft. Je hoeft geen dagboekexamen te doen. Mocht je je toch zorgen maken, lees dan gewoon niet terug wat je hebt opgeschreven.

  1. Schrijf wat je weet

De eerste lege pagina kan je lam leggen. Maar dat kun je overwinnen!

Als je een nieuw dagboek begint en niet weet wat je moet schrijven, begin dan eens te beschrijven waar je je bevindt. Dat is een aardige warming up. Schrijf over de dag van vandaag. Waar denk je aan? Wat houdt je bezig? Ga je iets leuks doen vandaag? Je dagboek is iemand met wie je koffie zit te drinken. ‘Hoe gaat ie?’ vraagt het dagboek. Geef eerlijk antwoord.

  1. Zoek de beste plaats en tijd

Misschien vind je vanzelf uit wat het beste moment van de dag is. Dat is namelijk het moment waarop je werkelijk zit te schrijven. Dat moment dus. Experimenteer maar eens met ochtendschrijven en avondschrijven en schrijven vlak voor het slapengaan. Dan merk je het vanzelf. Die tijd hou je aan.

dagboekschrijven buitenshuisZoek een plek waar je niet wordt gestoord. Als je thuis schrijft, zorg dan dat je huisgenoten je even met rust laten, ook de hond en de kat. Buitenshuis schrijven – in een café of bibliotheek – kan natuurlijk ook.

  1. kwantiteit in plaats van kwaliteit

Meestal is het andersom. Dan vinden we kwaliteit belangrijker dan de hoeveelheid. Bij dagboekschrijven doet de kwaliteit er helemaal niet toe! Je hoeft geen ‘goed dagboek’ te schrijven. Het schrijfproces zelf is belangrijk, niet het resultaat. Zeg tegen jezelf: drie pagina’s. Of twintig minuten schrijven. Ook al komt er bagger uit je pen, je hebt wel geschreven! De woorden staan op papier. Dat is wat telt.

Snel schrijven gedurende een vast aantal minuten is ook een goed middel tegen zelfcensuur, tegen de negatieve stemmetjes in je hoofd die zeggen dat je niet kunt schrijven. Gewoon die woorden op papier zonder ze te beoordelen.  De kracht van het dagboekschrijven zit ‘m in het schrijfproces zelf.

  1. Schrijf met de hand

Met de pen in een papieren dagboek schrijven stimuleert een ander stukje hersens dan typen. Je kunt zeggen dat typen sneller gaat, maar snelheid is helemaal niet belangrijk. Het gaat erom een aantal minuten per dag stil te staan bij je eigen gedachten, verwachtingen en gevoelens.  De pen brengt je dichter bij die gevoelens dan je toetsenbord dat kan.

Verlaag het tempo en geniet van het proces. Dit stimuleert synapsen in je hersens waarmee je je gedachten lang genoeg vast kunt houden om ze te kunnen opschrijven. Met de hand dagboekschrijven maakt je slimmer.

  1. Maak er geen toestand van

Ga maar niet uitgebreid aankondigen  dat je een dagboek gaat bijhouden en dat je voortaan elke dag een uur gaat schrijven en zo. Koop gewoon een handig notitieboek of dagboek met een slot erop, schrijf drie pagina’s per dag. Begin nog deze week. Dat is het wel zo’n beetje. Hoe meer toestanden je ervan maakt, hoe bedreigender het allemaal wordt, hoe kleiner de kans dat je ooit nog gaat schrijven.

Wat is een goed resultaat? Vraag: heb je woorden op papier gezet? Ja? Bàm. Geslaagd voor vandaag!

  1. Geniet ervan

Dagboekschrijven is leuk (meestal). Knoop dat in je oren. Als je het allemaal te serieus neemt of je zet jezelf teveel onder druk, dan gaat de lol er gauw af. Hou het spelenderwijs en strooi wat humor in je dagboek. Voeg ook wat tekeningetjes bij, of kleurtjes, maak er iets leuks van.

In het begin voelt het misschien wel raar. Dat is heel normaal. Wij dagboekschrijvers zijn tenslotte allemaal rare kwasten. Laat dat je niet weerhouden. Schrijf! Volg deze tien tips en binnen de kortste keren ben je een toegewijd dagboekschrijver.

Veel schrijfplezier!

Dit artikel is gebaseerd op een Engelstalig artikel op  journalingsaves.com

Handgeschreven notities werken beter

Met pen onthoud je beter wat je noteert, schrijft redacteur Hendrik Spiering in NRC van 28 november. Schrijven met de hand gaat langzamer dan typen, dus moet je keuzes maken. Dit versterkt het geheugen van de schrijver.

Onderzoek onder studenten wijst uit dat zij handgeschreven notities beter memoriseren dan getypte.
Sagaris vulpen

Onvermogen om diep na te denken, een korte aandachtspanne, geringe parate kennis: er wordt tegenwoordig veel gesproken over de negatieve effecten van computergebruik op het geestelijk leven van de moderne mens.

Er is nog weinig onderzoek, maar een paar zaken staan inmiddels wel vast. Zoals dat het maken van college-aantekeningen met pen en papier duidelijk superieur is aan hetzelfde met een laptop.

Paradoxaal genoeg is de belangrijkste reden daarvoor het feit dat studenten tegenwoordig zo goed kunnen typen. Want wie typend aantekeningen maakt, typt meestal vrij letterlijk op wat hij hoort. De trage handschrijver moet noodgedwongen keuzes maken, nadenken dus.

Het is die mentale verwerking tijdens het schrijven die het geheugen van de aantekeningenmaker versterkt. Er is onmiddellijke verwerking. Zou de student in de collegezaal trager tikken op zijn toetsenbord, dan zou het verschil waarschijnlijk kleiner zijn. Dan zou hij beter nadenken over de informatie die hij typt.

2289

Dit verschil in notuleren werd eerder dit jaar vastgesteld in Psychological Science (23 april). Daarbij moesten studenten aantekeningen maken bij een aantal TED-lezingen. Eerdere onderzoeken waren vooral gericht op de afleiding (Facebook, Twitter) die de laptop biedt tijdens het college (die is inderdaad enorm), maar hier werd zuiver het verschil met handmatig aantekeningen maken onderzocht.

De tikkers bleken per lezing veel meer woorden te noteren dan de schrijvers (gemiddeld zo’n 550 tegen minder dan 400). Ze tikken ook vaker precies dezelfde woorden op als hun collega-tikkers. De handschrijvers vertoonden veel meer onderlinge verschillen in woordkeuze – allemaal aanwijzingen voor een intensievere verwerking. En hoe letterlijker deelnemers de woorden hadden opgeschreven, hoe slechter hun score bij controlevragen achteraf.

De typisten zitten niet te slapen. Want een half uurtje na de lezing is er niet veel verschil in feitenkennis tussen hen en de schrijvers. Maar in begripsvragen scoren de schrijvers wel veel beter.

Sheaffer ballpoint

Het treurige is verder dat het enige voordeel dat de tikkers hebben – een completer verslag van wat er gezegd is – niet helpt bij het leren. Toen de deelnemers een week later terugkwamen en een minuut of tien hun aantekeningen mochten bekijken, scoorden de schrijvers op begripsvragen daarna opnieuw hoger dan de tikkers.

Er zijn meer negatieve effecten van computergebruik op het geheugen. Het belangrijkste onderzoek stond een paar jaar geleden in Science (15 juli 2011). Dat onderzoek stelde vast dat wie weet dat hij iets op internet kan opzoeken dat feit veel makkelijker vergeet (bijvoorbeeld welke acteur de hoofdrol speelt in de film Gladiator).

Internetgebruik is dus vrij slecht voor de parate kennis. Maar die ‘uitbesteding van geheugen’ is geen typisch interneteffect. Wie een huisgenoot of een collega heeft die alles van film weet, onthoudt zelf ook minder filmfeitjes. Je kan het tenslotte altijd vragen. Het effect is oud: in Plato’s dialoog Phaedrus (ca. 370 v. Chr.) wordt al geklaagd dat de uitvinding van het schrift het geheugen heeft vernietigd: „Want mensen die leren zullen vertrouwen op die externe letters en zichzelf vergeten.”

In de Verenigde Staten woedt in onderwijsland al langer het ‘handschriftdebat’: moeten leerlingen nog wel leren schrijven? Geef ze een toetsenbord!

laptop tas

Het positieve effect van handgeschreven aantekeningen is natuurlijk belangrijk in dat debat. Maar ook dragen voorstanders vaak aan dat handschrijven door de motorische complexiteit meer geheugensporen in het brein achterlaat dan het simpelere drukken op toetsenbordknoppen.

Wie met de hand schrijft, leert daarom bijvoorbeeld sneller lezen: de letters komen ‘dieper’ in het geheugen. Computerschrijven gaat weer sneller en maakt herziening van geschreven tekst veel makkelijker. In dit debat beval de vooraanstaande schrijfonderzoeker Verginia Berninger daarom ‘tweetaligheid’ aan: ontwikkel een goed handschrift én leer goed typen.

 

Dit artikel verscheen in NRC 28-11-2014

Historische roman wint Gouden Vullings 2013

Historische roman wint De Gouden Vullings 2013

afvallige_boekJan van Aken heeft met zijn historische roman De Afvallige de gouden Vullings 2013 in de wacht gesleept. De jury bestond uit één man: Jeroen Vullings, van 1993 tot 2000 literair criticus van Vrij Nederland en thans chef van De Republiek Der Letteren. Hij kreeg de vraag voorgelegd welke Nederlandstalige roman dit jaar volgens hem de allerbeste is en recht heeft op de Gouden Vullings 2013.  Dat is een prijs zonder prijzengeld, sculptuur, fotomoment of oorkonde.  Het gaat om de eer.

Vullings maakte een longlist om vervolgens een shortlist samen te stellen van vier titels en daar tot slot een winnaar uit te kiezen. Een Eenmansjury, dat schiet tenminste op.

Vullings over De Afvallige: “Het hoofdverhaal is gesitueerd rond 376 na Christus, ten tijde van de Volksverhuizingen: de Goten komen het Romeinse Rijk binnen, verdreven door de Hunnen. Hoofdpersoon in deze schelmenroman/road novel is de alcoholische wijnhandelaar Swintharik, die op zijn vlucht door het Keizerrijk achtervolgd wordt door een sinistere moordenaar. Dat heeft weer te maken met de mysterieuze gebeurtenissen zo’n vijftien jaar daarvoor rond de moord op de afvallige keizer Julianus. Hij perkte de rechten van de christenen in en moest dat bezuren: die godsdienstfanatici beraamden zijn dood. Dat eerdere verhaal is de tweede verhaallijn in deze ambitieuze turf, waarin evenmin gekeken wordt op een personage meer of minder. Zo is er een biseksuele Goot die zich steevast aansluit bij de sterkste partij, en een proto-feministische zieneres die niet met zich laat sollen door manvolk.”

Volgens het ‘juryrapport’ schrijft Van Aken in wezen jongensboeken vol rare types uit de Oudheid, die rondbanjeren op een door seks en geweld bestierde wereld. “Historische informatie voegt hij zo terloops mogelijk in. De onbetrouwbaarheid van de geschiedenis is zijn thema. Dat zie je aan zijn keuze voor pathologisch onbetrouwbare vertellers, maar ook schrijft hij vaak over mensen die een romantisch waanidee hebben van hun eigen achtergrond, een vals beeld van de werkelijkheid. De grondtoon in dit vrolijke proza is pessimistisch, want niets verandert ten goede: de sektarische christenen en het desintegrerende Romeinse Rijk van toen weerspiegelen in ons heden respectievelijk de samenzwerende islamisten en de Europese Unie. Als een hond in een kadaver, zo wentelt Jan van Aken zich in het theater van de wreedheid en de waanzin dat de geschiedenis is voor hem (en zijn welbeschouwd verstandige hoofdpersonen). Ontmanning, jezelf opeten, perversiteiten, ruwe gasten in louche gelegenheden, hij schrijft er met verdacht veel vertelplezier over – hulde. De Gouden Vullings 2013 komt hem rechtens toe.”

De shortlist bestond  daarnaast uit :

vertedering_boek vandodemannen_boek boy_boek

En dit was de longlist van Jeroen Vullings 2013:

Saskia De Coster – Wij en ik ,
Stefan Hertmans – Oorlog en terpentijn,
Remco Campert – Hôtel du Nord,
Jamal Ouariachi – Vertedering,
Robbert Welagen – Het verdwijnen van Robbert,
Joost de Vries  – De republiek,
Wytske Versteeg – Boy,
Arie Storm – Luisteren hoe huizen ademen,
Ernst Timmer – Florijn,
A.F.Th. van der Heijden – De helleveeg,
Walter van den Berg – Van dode mannen win je niet,
Tom Lanoye – Gelukkige slaven,
Jan van Aken – De Afvallige

Lees hier het hele artikel van Jeroen Vullings >

Vijf tips voor je historische roman

David Gillham

David Gillham

In een historische roman is de verhaalstof gebaseerd op waar gebeurde historische feiten en mensen die echt hebben bestaan. De verhouding tussen de feiten en het fictionele verhaal komt heel precies. Een historische roman is tenslotte geen biografie maar evenmin een fantasyverhaal..  Een historische roman is eerst en vooral fictie, zegt David Gillham, schrijver van City of Women. Hij geeft vijf tips voor schrijvers van historische romans.

De eerste tip noemt hij fictie = frictie. Welke eeuw je ook kiest, hoeveel onderzoek je ook doet, vergeet nooit en te nimmer dat je op de eerste plaats fictie schrijft en pas in tweede instantie historische fictie. Gillham bedoelt dat je moet denken aan actie & conflict die het verhaal voort moeten stuwen. De historische details verrijken het boek. Maar schrijf nooit over details omwille van de details. Het gaat je roman de kop kosten.

Geschiedenisles

De tweede tip komt misschien een beetje hard aan. Gillham zegt: geen geschiedenisles. Dat is pijnlijk, want over dit deel van de geschiedenis weet jij toevallig alles en de lezer waarschijnlijk niets. Het is dus verleidelijk om een paar alinea’s lang geschiedenisles te geven. Ook dat gaat je de kop kosten als je niet uitkijkt. Het is misschien nodig om je lezer te informeren, maar dat werkt het beste als de informatie als deel van de actie overkomt. En als je dan toch een paar lesjes moet geven, probeer ze dan een beetje te camoufleren.
“Toen ik City of Women schreef was ik me ervan bewust dat de meeste lezers niet bijzonder goed geïnformeerd waren over het verloop van de Tweede Wereldoorlog, vooral vanuit het perspectief van vrouwen in Berlijn. Dus toen ik historische uitleg nodig had probeerde ik die op een persoonlijke manier aan de personages vast te knopen. Ik liet ze reageren op de geschiedenislessen die vermomd waren als radio-uitzendingen. Een stukje dialoog met commentaar op een specifieke gebeurtenis dat meteen ook het karakter van het personage verduidelijkt. Op die manier krijgt de lezer de informatie die hij nodig heeft zonder dat het verhaal stopt,”aldus David.

feiten

Tip nummer drie gaat over research. Je hebt je huiswerk gedaan en een berg aan historische details over het bewuste tijdperk verzameld. De mode van die dagen. Het eten. Sociaal gedrag. Allemaal superinteressant, maar mogelijk interessanter voor jou dan voor je lezer. Zo is David zelf bijzonder geïnteresseerd in uniformen en had hij de neiging heel precies te beschrijven welke decoraties een bepaalde officier in het verhaal op zijn uniform droeg. Maar als hij zijn personage gewoon had laten stilstaan terwijl hij het eremetaal beschreef, zouden de lezers afhaken. “Nodig ze niet uit om een paar alinea’s over te slaan”, zegt David. “Ik integreerde de onderscheidingen in de actie door een van de gewone soldaten erop te laten reageren. Hij maakt een lijst met onderscheidingen en noemt ze op.” Gillham wil maar zeggen dat je geen historische plaatjes moet schilderen zonder ze deel te laten uitmaken van het verhaal.

baedeker reisgids berlijn

Omgeving

De vierde tip gaat ook over het integreren van setting en historische feiten. Je beschrijft de omgeving terwijl het verhaal zich daarbinnen afspeelt. Niet alleen het landschap beschrijven maar het landschap onderdeel laten zijn van de reis die het personage maakt. “Zelf hou ik van straatnaambordjes en namen van spoorlijnen,” zegt David. Toen hij City of Women schreef gebruikte hij een Baedeker Reisgids van Berlijn uit de twintiger jaren als blauwdruk. “Ik wist waar mijn personages woonden, hoe ze reden om bij hun werk te komen en dat gebruikte ik om het verhaal aan te kleden. Als mijn hoofdrolspeelster Sigrid in de Berlijnse metro wordt achtervolgd door een waakhond van de Gestapo, gebruik ik de namen van metrostations alsof de lezer zelf vanuit de metro voorbij ziet flitsen.”

 

Taal

Tip vijf: wees spaarzaam met taal en accent. Er komen veel Duitse woorden voor in de Engelstalige roman City of Women, maar David probeert woorden te vermijden die een (te) lange vertaling vragen. De basisregel is dat je buitenlandse woorden gebruikt voor het effect en dat je ze alleen gebruikt als de lezer wel zo’n beetje kan raden wat ze betekenen. Heb je toch meer uitleg nodig, schrap ze dan maar. Net als een 19e eeuwse beschrijving het verhaal lam kan leggen, kan een exotisch woord op de pagina dat ook. Ga dus ook je internationale hoofdrolspelers geen leuke buitenlandse woordjes in de mond leggen. Het leidt alleen maar af en geeft je dialoog een banaal smaakje. Je kunt het ritme en de melodie van een andere taal ook suggereren door de zinsstructuur in dialoog te manipuleren. Dat werkt beter dan een tekst vol met schuingedrukte buitenlandse woorden.

De informatie in dit artikel is afkomstig van Writers Digest 2012

De vertrouwelinge City of Women
x x

Twaalf tips voor blogschrijvers

Stilleven met de pijp van Maigret © Paul Butzelaar 2003Heb jij een weblog en schrijf je al een tijdje zonder dat het aantal bezoekers toeneemt? Luister dan eens naar de tips van Brian Klems. Hij heeft zijn bloggerskunsten de afgelopen tien jaar flink aangescherpt. Tegenwoordig runt hij drie succesvolle blogs op basis van zijn twaalf do’s en don’ts.

Schrijversblogs zijn er legio en vaak vind je daar ook advies over hoe je een blog moet schrijven. Soms is dat goed advies maar meestal niet zo goed. Dat kan heel irritant zijn volgens Brian.
“Het is een uitdaging om ze allemaal in de lucht te houden, maar zolang ik me aan mijn eigen 12 do’s en don’ts hou, kan ik een stabiele groei (dus een toenemend aantal views) bereiken”, zegt hij en hij wil deze tips graag met jullie delen.

Wat je wel moet doen

Eerst de do’s, de dingen die je moet doen wil je als blogger succesvol zijn.

Wie een blog schrijft, moet:
– zijn aandacht richten. Stel je eerst de vraag: op welke lezersgroep richt ik mij precies? Zodra je daar duidelijkheid over hebt, probeer je thuis te raken in hun wereld en er verstand van te krijgen totdat je een expert bent

een persoonlijkheid zijn. Wees jezelf, laat zien wie je bent. Het verschil tussen blogs en krantenartikelen is de persoonlijke noot. Het onderwerp zelf trekt lezers aan, maar het is jouw persoonlijkheid, jouw eigen stem, die ervoor zorgt dat de lezers doorlezen en later nog eens terugkomen. Geef je lezers de kans jou te leren kennen.

links gebruiken. Of je nu naar andere blogs linkt, naar je eigen eerdere bijdragen of naar websites met interessante informatie, zorg dat je links plaatst waar je maar kunt. Dit helpt het aantal kliks te verhogen maar ook om je positie in een zoekmachine te verbeteren.

plaatjes gebruiken. Lezers komen naar je blog voor informatie en jouw stem, maar het oog wil ook wat! Niet alle bijdragen verdragen een plaatje, maar als het kan, gebruik er dan een. Hier vind je meer informatie over gratis online foto’s die je voor je blog kunt gebruiken.

reageren op commentaar. Daarmee kun je direct contact leggen met je lezers. Niet alle commentaartjes vragen om een reactie, maar waar het kan: doen! Soms is het ook al aardig om een bedankje te plaatsen: fijn dat je m’n blog leest!

naar je blog verwijzen via Facebook, Twitter en alle andere media die daarvoor geschikt zijn. Niet bang zijn om sociale media te gebruiken om je blog te promoten. Gebruik alles wat het voor potentiële lezers makkelijk  maakt om jouw blog te vinden. Je vrienden en familieleden vallen daar natuurlijk ook onder.

Wat je beter niet kunt doen

Sommige dingen kun je natuurlijk beter achterwege laten.  Hier zijn de don’ts.

Wie een blog schrijft moet niet
onrealistische doelen stellen. Je kent je eigen agenda en mogelijkheden als geen ander, dus doe geen poging om elke dag te schrijven als dat toch niet lukt. Begin maar eens met één keer per week en als je de smaak te pakken hebt gekregen begin je misschien wat vaker gaan publiceren.

het aantal woorden beperken. Als je iets te vertellen hebt, vertel het dan. Lezers (en zoekmachines) hebben een voorkeur voor de wat vleziger stukken van minimaal 500 woorden) om het doorklikken een beetje de moeite waard te laten zijn. Dat betekent niet dat je geen korte stukjes kunt publiceren, maar de uitspraak dat blogjes kort moeten zijn kun je rustig naar het rijk der fabelen verwijzen. Schrijf een lang stuk als het onderwerp daarom vraagt.

taalfouten maken. En als je toch een grammaticafout hebt gemaakt, verbeter hem dan meteen. Op het web worden typfouten door de vingers gezien dus raak niet in paniek als je er eentje maakt. Maar verbeter ‘m wel! Als je serieus genomen wilt worden, tenminste. Geef jouw blog de professionele uitstraling die hij verdient.

negatief zijn. Het is in het algemeen niet slim om je persoonlijke grieven openbaar te maken (tenzij dat toevallig het thema van je blog is, natuurlijk). Je komt veel verder als je positief blijft en jouw lezersgroep inspireert en steun biedt.

lange alinea’s schrijven. Lange blokken tekst zijn voor lezers moeilijk te verteren, vooral als je blog via een computer of tablet wordt gelezen. Knip je artikel in korte alinea’s of gebruik opsommingspuntjes of lijstjes waar mogelijk. Ook een tussenkopje kan wonderen doen.

bang zijn iets nieuws te proberen. Het is belangrijk je blog in de loop van de tijd verder te ontwikkelen. De enige manier waarop dat kan, is zo nu en dan risico’s nemen. Of je nou grafieken gaat gebruiken, of gastbloggers aan het woord laat, wees nooit bang om iets nieuws te proberen. Als je denkt dat het iets toevoegt, probeer het dan.

Dit is een vrije vertaling van een blogpost uit 2012 van Brian Klems.  Naast WritersDigest schrijft Brian Klems ook  Questions & Quandaries, en The Life of Dad   Zijn eerste blog stamt uit 2001 en hij schaamt zich er een beetje voor, maarhier kun je het vinden

Neem je eerste versie niet te serieus [recensie]

– recensie door Janneke Heimweg –

De wil en de weg - Jan Brokken

Schrijver Jan Brokken wijst in het schrijfboek De wil en de weg. Over het schrijven van romans en verhalen, op de vele hindernissen die (beginnende) schrijvers moeten overwinnen, maar hij doet dit op stimulerende wijze. 
De lezer krijgt een reeks fundamentele tips over schrijven, maar ook over het schrijverschap en over de grillen van de schrijver (‘Schrijvers zijn geen gezellige mensen’). De schrijfdrang en -twijfels die worden beschreven, zijn voor iedere schrijver herkenbaar en daardoor geruststellend.

Brokken benoemt natuurlijk onderwerpen als: het begin, slot en spanningsboog. Maar ook lastigere zaken als hoe beschrijf je een spetterende seksscène en hoe zorg je voor humor in je verhaal (‘Het levert de mooiste literatuur op wanneer het komische en het tragische samenvallen’).

Structuur

Helaas zijn de hoofdstukken vrij lang, ik mis overzichtelijke tussenkopjes. De titels van de hoofdstukken zijn origineel maar erg onduidelijk. Zonder de bijbehorende ondertitel, zelfs onbegrijpelijk. Dit stoorde mij en leidt behoorlijk af van de werkelijke inhoud.

Als lezer hoef je de schrijftips echter niet klakkeloos aan te nemen. Enkelen zijn in mijn ogen vrij hard en stellig en zouden ter discussie kunnen staan.
Brokken beweert dat ‘boeken die niet gebaseerd zijn op een schema, weekdieren zijn’. Ik weet van schrijfcursussen dat diverse grote schrijvers zonder schema’s werken. Ook denkt Brokken dat ‘je nooit aan een verhaal moet beginnen als de laatste scène je niet scherp voor ogen staat’. Het lijkt hem dus kennelijk onwaarschijnlijk dat je je als schrijver kan laten verrassen en inspireren door je personages, die zo zelf het slot bepalen.

Schrijftips

Met oneliners als, ‘zonder te schrijven leef je oppervlakkiger’, ‘de grootste schrijvers hebben de meeste zelfkritiek’ en ‘de beste schrijver overwint met zijn ijver zijn onvermogen’ zullen de meeste schrijvers het eens zijn. Ook spreekt er hoop uit, nodig tijdens de mindere dagen.

De schrijftip die mij het meest is bijgebleven: ‘neem je eerste versie niet te serieus’. Brokken adviseert om de eerste versie van je manuscript als kladje te gebruiken en iedere volgende versie compleet opnieuw uit te typen, zodat je als schrijver alle emoties herbeleeft. Je zou kunnen denken dat deze tip in de alinea met omstreden schrijftips hoort, maar ik vond dit zo’n opmerkelijke (die aansluit bij de laatste oneliner hierboven) dat ik hem toch serieus neem.

Het deel over de personages, (innerlijke) monologen en dialogen vond ik ook erg interessant. ‘Alleen in gedachte zijn mensen zichzelf’. ‘Met de innerlijke monoloog daalt de schrijver tot diep in het onderbewuste af en toont de lezer de binnenkant van de mens, of nog meer, de binnenkant van het leven.’

Tot slot

Leerzaam en met passie geschreven. Een bevlogen schrijver die met zichtbaar plezier zijn kennis deelt. Zijn enthousiasme slaat over op de lezer, waardoor je meteen zin hebt om weer verder te schrijven.

Een aanrader dus voor iedereen die schrijft. Of je beginner bent of gevorderd, dit schrijfboek motiveert en laat je nadenken over alles wat met schrijven te maken heeft.

Jan Brokken De wil en de weg,  255 pagina’s,  Uitgeverij Augustus, november 2006     

Leuchtturm1917 ook in 2013 Made in Germany (filmpje)

Een degelijk Duits merk dat ook anno 2013 nog in Duitsland wordt gemaakt.

Filmpje!

Dozen vol met notitieboeken. Terwijl de rest van de wereld emails verzendt, zet Max Stürken zijn geld liever op papier.

Toen Kurt Stürken zes jaar geleden vernam wat zijn zoons van plan waren, dacht hij even dat er een draadje los zat. Notitieboeken in het digitale tijdperk? Hoe kan een drukkerij daar nu geld mee verdienen?

“Ik was heel sceptisch. De concurrentie was stevig. Het duurde zeker een tijd voordat we de markt veroverden, maar nu zitten we op het juiste spoor, het is veelbelovend.”

Max Stürken: “We houden van risico, maar alleen als we het ons kunnen veroorloven. Het is geweldig een nieuw concept te lanceren. Een ballon oplaten en hem dan zien opstijgen.”

De producten worden bij voorkeur in Duitsland gemaakt. Eind vorig jaar investeerde Leuchtturm nog een half miljoen euro in een nieuwe machine.

“Deze machine laat een belangrijke vooruitgang zien” , legt Axel Stürken uit. “We hebben er lang naar moeten zoeken maar nu kunnen we dus één keer ronde hoekjes maken”.

Marketing manager Philip Döbler van Leuchtturm vindt een notitieboek een soort visitekaartje. Het is iets heel persoonlijks. “Hoe meer mensen zich digitaal organiseren en afhankelijk zijn van email, hoe groter hun verlangen wordt om eens helemaal uit te loggen en 100% ‘analoog’ te werken. Met een pen. Op papier. Een notitieboek is een individuele expressie. Een intieme manier om te laten zien dat je denkt, dat je schrijft en dat jouw woorden het waard zijn vastgelegd te worden.”

Kies je eigen Leuchtturm in onze winkel!