Vijf tips voor je historische roman

David Gillham

David Gillham

In een historische roman is de verhaalstof gebaseerd op waar gebeurde historische feiten en mensen die echt hebben bestaan. De verhouding tussen de feiten en het fictionele verhaal komt heel precies. Een historische roman is tenslotte geen biografie maar evenmin een fantasyverhaal..  Een historische roman is eerst en vooral fictie, zegt David Gillham, schrijver van City of Women. Hij geeft vijf tips voor schrijvers van historische romans.

De eerste tip noemt hij fictie = frictie. Welke eeuw je ook kiest, hoeveel onderzoek je ook doet, vergeet nooit en te nimmer dat je op de eerste plaats fictie schrijft en pas in tweede instantie historische fictie. Gillham bedoelt dat je moet denken aan actie & conflict die het verhaal voort moeten stuwen. De historische details verrijken het boek. Maar schrijf nooit over details omwille van de details. Het gaat je roman de kop kosten.

Geschiedenisles

De tweede tip komt misschien een beetje hard aan. Gillham zegt: geen geschiedenisles. Dat is pijnlijk, want over dit deel van de geschiedenis weet jij toevallig alles en de lezer waarschijnlijk niets. Het is dus verleidelijk om een paar alinea’s lang geschiedenisles te geven. Ook dat gaat je de kop kosten als je niet uitkijkt. Het is misschien nodig om je lezer te informeren, maar dat werkt het beste als de informatie als deel van de actie overkomt. En als je dan toch een paar lesjes moet geven, probeer ze dan een beetje te camoufleren.
“Toen ik City of Women schreef was ik me ervan bewust dat de meeste lezers niet bijzonder goed geïnformeerd waren over het verloop van de Tweede Wereldoorlog, vooral vanuit het perspectief van vrouwen in Berlijn. Dus toen ik historische uitleg nodig had probeerde ik die op een persoonlijke manier aan de personages vast te knopen. Ik liet ze reageren op de geschiedenislessen die vermomd waren als radio-uitzendingen. Een stukje dialoog met commentaar op een specifieke gebeurtenis dat meteen ook het karakter van het personage verduidelijkt. Op die manier krijgt de lezer de informatie die hij nodig heeft zonder dat het verhaal stopt,”aldus David.

feiten

Tip nummer drie gaat over research. Je hebt je huiswerk gedaan en een berg aan historische details over het bewuste tijdperk verzameld. De mode van die dagen. Het eten. Sociaal gedrag. Allemaal superinteressant, maar mogelijk interessanter voor jou dan voor je lezer. Zo is David zelf bijzonder geïnteresseerd in uniformen en had hij de neiging heel precies te beschrijven welke decoraties een bepaalde officier in het verhaal op zijn uniform droeg. Maar als hij zijn personage gewoon had laten stilstaan terwijl hij het eremetaal beschreef, zouden de lezers afhaken. “Nodig ze niet uit om een paar alinea’s over te slaan”, zegt David. “Ik integreerde de onderscheidingen in de actie door een van de gewone soldaten erop te laten reageren. Hij maakt een lijst met onderscheidingen en noemt ze op.” Gillham wil maar zeggen dat je geen historische plaatjes moet schilderen zonder ze deel te laten uitmaken van het verhaal.

baedeker reisgids berlijn

Omgeving

De vierde tip gaat ook over het integreren van setting en historische feiten. Je beschrijft de omgeving terwijl het verhaal zich daarbinnen afspeelt. Niet alleen het landschap beschrijven maar het landschap onderdeel laten zijn van de reis die het personage maakt. “Zelf hou ik van straatnaambordjes en namen van spoorlijnen,” zegt David. Toen hij City of Women schreef gebruikte hij een Baedeker Reisgids van Berlijn uit de twintiger jaren als blauwdruk. “Ik wist waar mijn personages woonden, hoe ze reden om bij hun werk te komen en dat gebruikte ik om het verhaal aan te kleden. Als mijn hoofdrolspeelster Sigrid in de Berlijnse metro wordt achtervolgd door een waakhond van de Gestapo, gebruik ik de namen van metrostations alsof de lezer zelf vanuit de metro voorbij ziet flitsen.”

 

Taal

Tip vijf: wees spaarzaam met taal en accent. Er komen veel Duitse woorden voor in de Engelstalige roman City of Women, maar David probeert woorden te vermijden die een (te) lange vertaling vragen. De basisregel is dat je buitenlandse woorden gebruikt voor het effect en dat je ze alleen gebruikt als de lezer wel zo’n beetje kan raden wat ze betekenen. Heb je toch meer uitleg nodig, schrap ze dan maar. Net als een 19e eeuwse beschrijving het verhaal lam kan leggen, kan een exotisch woord op de pagina dat ook. Ga dus ook je internationale hoofdrolspelers geen leuke buitenlandse woordjes in de mond leggen. Het leidt alleen maar af en geeft je dialoog een banaal smaakje. Je kunt het ritme en de melodie van een andere taal ook suggereren door de zinsstructuur in dialoog te manipuleren. Dat werkt beter dan een tekst vol met schuingedrukte buitenlandse woorden.

De informatie in dit artikel is afkomstig van Writers Digest 2012

De vertrouwelinge City of Women
x x

Neem je eerste versie niet te serieus [recensie]

– recensie door Janneke Heimweg –

De wil en de weg - Jan Brokken

Schrijver Jan Brokken wijst in het schrijfboek De wil en de weg. Over het schrijven van romans en verhalen, op de vele hindernissen die (beginnende) schrijvers moeten overwinnen, maar hij doet dit op stimulerende wijze. 
De lezer krijgt een reeks fundamentele tips over schrijven, maar ook over het schrijverschap en over de grillen van de schrijver (‘Schrijvers zijn geen gezellige mensen’). De schrijfdrang en -twijfels die worden beschreven, zijn voor iedere schrijver herkenbaar en daardoor geruststellend.

Brokken benoemt natuurlijk onderwerpen als: het begin, slot en spanningsboog. Maar ook lastigere zaken als hoe beschrijf je een spetterende seksscène en hoe zorg je voor humor in je verhaal (‘Het levert de mooiste literatuur op wanneer het komische en het tragische samenvallen’).

Structuur

Helaas zijn de hoofdstukken vrij lang, ik mis overzichtelijke tussenkopjes. De titels van de hoofdstukken zijn origineel maar erg onduidelijk. Zonder de bijbehorende ondertitel, zelfs onbegrijpelijk. Dit stoorde mij en leidt behoorlijk af van de werkelijke inhoud.

Als lezer hoef je de schrijftips echter niet klakkeloos aan te nemen. Enkelen zijn in mijn ogen vrij hard en stellig en zouden ter discussie kunnen staan.
Brokken beweert dat ‘boeken die niet gebaseerd zijn op een schema, weekdieren zijn’. Ik weet van schrijfcursussen dat diverse grote schrijvers zonder schema’s werken. Ook denkt Brokken dat ‘je nooit aan een verhaal moet beginnen als de laatste scène je niet scherp voor ogen staat’. Het lijkt hem dus kennelijk onwaarschijnlijk dat je je als schrijver kan laten verrassen en inspireren door je personages, die zo zelf het slot bepalen.

Schrijftips

Met oneliners als, ‘zonder te schrijven leef je oppervlakkiger’, ‘de grootste schrijvers hebben de meeste zelfkritiek’ en ‘de beste schrijver overwint met zijn ijver zijn onvermogen’ zullen de meeste schrijvers het eens zijn. Ook spreekt er hoop uit, nodig tijdens de mindere dagen.

De schrijftip die mij het meest is bijgebleven: ‘neem je eerste versie niet te serieus’. Brokken adviseert om de eerste versie van je manuscript als kladje te gebruiken en iedere volgende versie compleet opnieuw uit te typen, zodat je als schrijver alle emoties herbeleeft. Je zou kunnen denken dat deze tip in de alinea met omstreden schrijftips hoort, maar ik vond dit zo’n opmerkelijke (die aansluit bij de laatste oneliner hierboven) dat ik hem toch serieus neem.

Het deel over de personages, (innerlijke) monologen en dialogen vond ik ook erg interessant. ‘Alleen in gedachte zijn mensen zichzelf’. ‘Met de innerlijke monoloog daalt de schrijver tot diep in het onderbewuste af en toont de lezer de binnenkant van de mens, of nog meer, de binnenkant van het leven.’

Tot slot

Leerzaam en met passie geschreven. Een bevlogen schrijver die met zichtbaar plezier zijn kennis deelt. Zijn enthousiasme slaat over op de lezer, waardoor je meteen zin hebt om weer verder te schrijven.

Een aanrader dus voor iedereen die schrijft. Of je beginner bent of gevorderd, dit schrijfboek motiveert en laat je nadenken over alles wat met schrijven te maken heeft.

Jan Brokken De wil en de weg,  255 pagina’s,  Uitgeverij Augustus, november 2006     

Saai boek over spanning, kan dat? [recensie]

– recensie door Janneke Heimweg – Appelig boek over spanning

sterren2

‘Spanning is een van de sleutelingrediënten van het schrijven. Het bepaalt of een lezer verder leest dan de eerste alinea’s, pagina’s of hoofdstukken.’ Aldus de achterflap van Spanning in verhalen’ van René Appel

Helemaal mee eens, dat dit echter ook geldt voor schrijfboeken over spanning is de auteur wellicht ontschoten. Dit schrijfboek is alles behalve spannend of aantrekkelijk geschreven.

René Appel geeft aan de hand van boekfragmenten commentaar en tips over verschillende onderwerpen als ‘tijd’, ‘suggesties’ en ‘conflicten’. Deze manier van presenteren van leerstof vind ik nogal saai, de boekfragmenten leiden af van de werkelijke schrijftips.

Zelf heb ik de meeste fragmenten overgeslagen, op zoek naar de informatie waarvoor ik dit boek tenslotte aanschafte.

De toon van Appel is zakelijk, neutraal en niet overtuigend sterk van mening. Appel somt (tussen de regels door) schrijftips op die hij vaak meteen weerlegt aan de hand van een tip of mening van andere grote schrijvers, zoals bijvoorbeeld Renate Dorrestein.
Appel heeft veel research gedaan voor dit boek. Hij citeert meer dan veertig boeken en pluist ze uit naar aanleiding van de gebruikelijke schrijfonderwerpen.

Als fervent schrijfboekenlezer kwam ik weinig nieuwe tips tegen.
De schrijftip die mij het meest is bijgebleven vond ik op de allerlaatste bladzijde: ‘Bovendien kent het ik-verhaal het volgende bezwaar: als het een bedreigd personage is, weten we bijna zeker dat hij of zij het er levend af zal brengen. Anders kon die ‘ik’ immers niet als verteller optreden.’
Hieruit blijkt dat het ‘ik-perspectief’ als ‘spanningskiller’ zou kunnen optreden, ik vraag mij af of vele bestsellerauteurs hierover nagedacht hebben.

Appel noemt meerdere malen het ‘Jan Klaassen- effect’ als belangrijk stijlmiddel om spanning te genereren. De lezer weet in dit geval meer dan het personage en wil waarschuwen (‘Pas op, kijk achter je!’).
Het tegenovergestelde is dat het personage juist meer weet dan de lezer, wat de nieuwsgierigheid van de lezer moet prikkelen.
Beide situaties kunnen ook, maar daarin is dan duidelijk de hand van de schrijver zichtbaar. ‘Dit verstoort de fictionele droom van de lezer’, aldus Renate Dorrestein.

Ook op een van de laatste bladzijden, kwam ik een andere bruikbare schrijftip tegen. ‘Schrijf direct en betrekkelijk sober. Zorg ervoor dat het taalgebruik niet tussen de lezers en het verhaal in komt te staan.’
Verder schrijft Appel uitgebreid over ‘cliffhangers’, ‘suspense’ en ‘verwachtingen’, maar dit zal iedere (thriller)schrijver als bekend voor komen.

Tot slot

Appel vergelijkt het schrijven van een boek met het bereiden van een maaltijd. Om in die termen te blijven, de auteur bewaart het lekkerste voor het laatst. De laatste twee hoofdstukken vatten het gehele boek nog eens netjes samen en geven enkele bruikbare en verrassende schrijftips als dessert.

Kortom een weinig sprankelend boek, dat de lezer laat zoeken naar de gewilde schrijftips en waarin alleen de laatste twee hoofdstukken interessant zijn.
Als tip kan ik dus meegeven: leen dit boek bij de bibliotheek en lees alleen de laatste vijftien bladzijden.

Help, oma leest mee! [Schrijverskast 11]

annie mg schmidt google doodle

‘Mag ik je verhaal ook lezen? Ik ben zo benieuwd!’ Oma kijkt me glunderend aan. Haar kleindochter heeft een prijs gewonnen, de derde prijs (zie mijn eerdere blog ‘Schrijfbrons’). Net als vroeger, toen we met onze schoolrapporten langskwamen, krijg ik ook nu een donatie van haar.
‘Koop er maar wat moois voor meisje, een pen misschien?’ Die lieve oma.

Mijn winnende verhaal gaat over de Katholieke Kerk. En oma is een vrome katholieke vrouw. Leuk voor oma dus, zou je denken, zo’n bijpassend verhaal.
Maar dit is niet het geval. Want er wordt een moord beraamd in mijn winnende verhaal. Nog wel met een hostie, het heilige lichaam van Christus. En de pastoor, die goede man, is de hoofdpersoon…

Mijn moeder, ook actief in het katholieke leven, kon ook niet wachten tot ze mijn verhaal mocht lezen. Een leuk stuk voor in het ‘Kerkvenster’ zei ze nog. Toen ze het gelezen had, zei ze niets.
Een tijdje later zei ze: ‘dit kan ik echt niet in het kerkblaadje zetten. Dit is te schokkend voor die oude mensen.’

Hieruit blijkt dat het kiezen van een onderwerp, thema of plot voor mijn verhalen steeds moeilijker wordt. Hoe meer mensen weten van mijn schrijfhobby en hoe meer mensen dus mijn verhalen lezen, hoe meer ik bezig ben met de vraag of mijn verhalen niet te schokkend zijn.

Jammer, want ik vond het erg fijn (en het ging ook vaak vanzelf, ik kon er niets aan doen) om over moord, achtervolgingen en heldhaftige jonge vrouwen te schrijven.

Toen ik vorig jaar in de Synagoge was, ik deed research voor mijn thrillerverhaal voor dewebschrijvers.nl, vroeg een keppeldragende meneer wat ik aan het doen was. Hij wees op mijn notitieblok. Ik antwoordde dat ik een verhaal schreef over een moord in de synagoge. Hij keek mij aan met grote ogen en zei: ‘een moord, hier in dit gebouw?’, er was afschuw te lezen op zijn gezicht.

Voor mijn manuscript geldt het zelfde. Durf ik die seksscène te beschrijven, kan ik de Kerk weer gebruiken voor een moord?

Dus hoe meer je uit de schrijverskast komt, hoe lastiger het is om bij je schrijfthema’s te blijven. Of je trekt je niets aan van de meningen om je heen. Maar of me dat gaat lukken?

Dit is een gastblog van Janneke Heimweg

Wie een boek schrijft, is gek [Schrijverskast 10]

Mis- en gebedenboek - een katholiek meisje

Door gastblogger Janneke Heimweg

Sinds enkele maanden schrijf ik aan mijn eerste boek. Al jaren kriebelde dit idee in mijn achterhoofd. Maar ja, wie schrijft er nou een boek. Dan moet je wel op zijn minst half gestoord zijn, zo dacht ik al die tijd. Dus hield ik het veilig bij korte verhalen en sinds kort deze blogs.

Totdat ik op een mooie ochtend naar mijn werk fietste en er zomaar ineens een personage in mijn hoofd opkwam, de levensvragen en de conflicten van dit karakter kwamen er al vrij snel achteraan en vlak voordat ik op de plaats van bestemming aankwam, zag ik de setting helder voor de geest.
Eureka! Ik ga een boek schrijven.

De knoop is doorgehakt, de kogel is door de kerk. Inmiddels vertel ik het aan iedereen, ik ben zelfs zo stom geweest om het feit rond te bazuinen in het bijzijn van Gronings Grootste Uitgever.
Dus nu moet ik wel, er is geen weg terug.

Natuurlijk schrijft een mens niet zomaar een boek, dus worstel ik momenteel met verschillende dilemma’s. Het zijn wellicht vragen die elke schrijver zich eens heeft afgevraagd, maar voor mij zijn ze nieuw en ze houden me nogal bezig. Hieronder de belangrijkste.

Welk genre?
Ik hou van spannend schrijven en ik lees graag thrillers. Wanneer de lezer zegt dat hij mijn verhaal niet kan wegleggen omdat het zo spannend is, glunder ik (oké, dat zei mijn moeder).
Maar de feedback die ik onlangs kreeg n.a.v. een thrillerwedstrijd ben ik nog lang niet vergeten: ‘ondanks wat er gebeurt, is het nergens spannend.’ AAARRCH, dat zijn woorden die keihard aankomen.
Misschien is een roman een betere optie. Het verhaal dat ik in mijn hoofd heb past ook beter bij een roman, maar ik hou zo van spanning.
Mag ik voor een compromis gaan, of moet ik kiezen? Een spannende roman?

Natuurlijk heb ik al veel beslissingen genomen. Ik heb een heuse mindmap (tip van schrijver Lupko Ellen) gemaakt. Ik heb de hoofdvragen en de conflicten duidelijk, ik weet de plaats van handelen en de personages staan me helder voor de geest.
En…, de eerste scènes (hoofdstukken?) zijn geschreven!

Dus nu moet ik erop vertrouwen dat de juiste antwoorden vanzelf zullen verschijnen (misschien weer op de fiets?) en dat ik voor nu gewoon maar moet doorschrijven. Toch?

Lees hier de omschrijving van mijn boek

Op zoek naar mijn schrijfgenre [Schrijverskast 7]

Op zoek naar mijn schrijfgenre

Hoe ben JIJ tot je favoriete schrijfgenre gekomen?

Door gastblogger Janneke Heimweg

Een prijs winnen is verslavend. Is het daarom dat ik de laatste tijd aan de lopende band verhalen instuur voor schrijfwedstrijden?

Enkele weken geleden, oké ik vroeg er zelf om, kreeg ik feedback op mijn verhaal voor een schrijfwedstrijd.
Ik las deze feedback op mijn smartphone, meestal komt de verkleinde tekst ook verkleind over in mijn hoofd. Nou, deze keer niet!
Ik was weer terug op aarde.
In het verleden behaalde prijzen geven duidelijk geen garantie voor de toekomst.

De volgende zin, uit deze feedback, achtervolgt mij sindsdien:
‘Ondanks wat er gebeurt is het nergens spannend’.

Met ander commentaar als ‘rommelig’, ‘onrustig’ en ‘ongeloofwaardig’ was ik het eigenlijk wel eens. Dit verhaal had nog best een aantal schrap- en overpeinsrondes kunnen gebruiken, maar de deadline was de baas.

‘Je gooit je naam te grabbel’, zei manlief. Ik lachte hem uit. Maar natuurlijk dacht ik wel na over wat hij zei. Zomaar, lukraak verhalen insturen is duidelijk geen optie. Ik moet voor mijzelf een aantal dingen duidelijk hebben, ik zal ze met je delen:
1) In welk genre wil ik schrijven?
2) Over welke thema’s wil ik schrijven?
3) Als een verplichte scène bij een schrijfwedstrijd niet bij me past, moet ik niet meedoen.
4) En, misschien wel de belangrijkste, ik moet geen overhaaste verhalen opsturen (ook al is dat zonde van mijn tijd die ik er al aan besteed heb).

Qua genre vind ik thrillers erg leuk om te lezen en ook om te schrijven. Lupko Ellen, zelf literaire thrillerschrijver, begreep mijn spannend bedoelde verhalen wel. Tijdens cursussen werd ik vaak geprezen omdat mijn verhaal zo spannend was. (sorry, voor deze arrogante opmerking, maar zij hoort nu even bij deze blog.)
Wat Lupko mij wel ‘verweet’ tijdens die cursussen, was dat mijn verhalen niet geloofwaardig zijn. Jonge vrouwen en oude opaatjes zijn vaak mijn helden, zij doen de meest heldhaftige dingen in mijn verhalen. Dat wringt.
Misschien ben ik geen thrillerschrijver?

Mijn derde prijs verhaal ging over de Katholieke Kerk. Waarschijnlijk is dit verrassende thema (religie) een van de dingen die opviel bij mijn verhaal. Dus misschien moet ik dat herhalen. Maar ik wil geen trucjesschrijver worden!

Wat bij mij knaagt is dat in literaire thrillers vaak ongeloofwaardige moorden en overdreven achtervolgingen plaatsvinden. Dat kan kennelijk wel. Wat doe ik dan verkeerd, waarom schrijf ik ongeloofwaardig? Ik ben er nog niet achter.

Hoe ben jij tot je favoriete schrijfgenre gekomen?

Boei het brein van de lezer. Hoe een goed verhaal werkt (4,slot)

In haar boek ‘Wired for Story‘ vertelt Lisa Cron hoe je de werking van het brein kunt gebruiken om lezers te boeien. Een paar dagen geleden  las je de inleiding, daarna maakten we je deelgenoot van  schrijftips 1 tot en met 5 . Vandaag maken we het zevental tips compleet.  – Nederlandse bewerking: Writersplaza

Hoe kun je zorgen dat je verhaal het brein van de lezer verovert? Het slot.

6. Geef ons conflict

We houden niet van conflict. Tenminste niet in het echte leven. Vanaf de kleuterschool doen we al ons best om met anderen op te schieten. Geen wonder dat conflict ons een ongemakkelijk gevoel geeft. Daardoor hebben veel schrijvers de neiging veel te aardig voor hun hoofdpersoon te zijn. In plaats van dat ze hem met harde hand in een netelige situatie brengen, sluipen ze er op hun tenen naar toe, en redden ‘m dan zo gauw mogelijk. Weersta die neiging!

Conflict is waar de lezers voor komen zodat ze kunnen meemaken wat ze in het echte leven angstvallig vermijden. Ze willen weten tot welke emotionele prijs ze zouden gaan om zo’n risico te nemen. En uiteindelijk wat ze ermee zouden winnen.

Wees dus gemeen tegen je hoofdpersoon. Stel hem bloot aan alle demonen die hem tegen kunnen houden. Niet alleen voor zijn eigen bestwil maar ook die van de lezer.

7. Het moet logisch in elkaar zitten

De hersens analyseren alles in termen van oorzaak en gevolg – we gaan er vanuit dat causaliteit het cement is van het universum. Dus als het verhaal geen logische oorzaak-gevolglijn heeft, weten de hersenen niet wat ze ermee aan moeten. Dit kan zelfs resulteren in lichamelijk ongemak, om nog te zwijgen over de enorme drang om het boek onmiddellijk uit het raam te keilen.

Maar het heeft ook een voordeel. Om je verhaal op de rails te houden is de mantra: als – dan – daarom. Als ik dit doe, dan gebeurt er dat. Daarom besluit ik dit. ALs ik me nog één keer ziekmeld (actie), dan word ik ontslagen (reactie), daarom kan ik maar beter uit bed komen (besluit).
Actie, reactie, besluit – dát houdt in het verhaal gaande. Van het begin tot het eind moet het verhaal een duidelijke oorzaak-gevolgketen volgen zodat we van elke actie de consequenties kunnen zien. Daarmee begrijpen we waar het verhaal toe leidt en dat stelt ons in staat ons gretig op de komende gebeurtenissen voor te bereiden. Kom maar op, dopamine, kom maar op, lezer!

 

(Bron: Lisa Cron – Wired for Story: The Writer’s Guide to Using Brain Science to Hook Readers from the Very First Sentence. Nederlandse bewerking: writersplaza)