Schrijversfoutje nummer 41: Te veel personages opvoeren

Te veel personages opvoeren. Waarom is dit verkeerd?
Stel, dat het gordijn bij een toneelstuk opengaat en er staan dertig mensen op het podium, allemaal met gesproken tekst, zou je dan in staat zijn om iedereen te onderscheiden en te volgen? Of je gaat naar een feestje, je doet de deur open en de kamer blijkt gevuld met nieuwe mensen die je nog nooit gezien hebt, zou je het dan naar je zin hebben?

Te veel personages aan de lezer presenteren geeft hetzelfde effect van verwarring, en maakt het hem moeilijk om zich met elk van hen te kunnen identificeren. Sommige schrijvers, zoals Larry McMurtry in Lonesome Dove komen er mee weg en winnen er zelfs de Pulitzer prijs mee. Maar de meeste schrijvers zijn geen Larry McMurtry. Hij kan het doen, omdat hij elk personage onderscheidend weet te maken. Het gaat erom hoe goed je verschillende karakters aan verschillende personen weet te koppelen. We kunnen er eigenlijk maar een paar aan.

De oplossing
Voordat je begint met schrijven, bepaal je hoeveel personages jij in je verhaal kunt behandelen. Je hebt je protagonist en je antagonist. En dan heb je de met name genoemde ondersteunende figuren. Dat zijn personages die gedurende het hele verhaal opduiken.

Je kunt beter geen namen geven aan personages die maar één keer voorkomen. Zulke personages kun je omschrijven als ‘speerdragers’, analoog naar de spelers die bij een opera op de achtergrond staan en – inderdaad –  een speer dragen. Ze zijn alleen maar decor, en je kunt ze het beste typeren met hun rol, zoals ‘de taxichauffeur’ of ‘de boekhouder’, om te zorgen dat de lezer niet overspoeld raakt.

Zorg ervoor dat de lezer vooral jouw met name genoemde personages kan blijven volgen en concentreer je op de protagonist en de antagonist.

Succes!

  • Tekst gebaseerd op het boek: 70 solutions to common writing mistakes, van Bob Mayer
  • Als je je nu inschrijft voor onze nieuwsbrief, ontvang je  dit (Engelstalige) eboek (PDF)  via email helemaal gratis!
Advertenties

Drie schrijfstarters

Schrijfstarters om je aan de slag te krijgen

 

1) Schrijf over een opgelopen ruzie die je met je ouders had (echt of verzonnen). Max. 500 woorden

2) Je vriend en jij gaan ‘s avonds laat stiekem een verenigingszwembad in voor een nachtelijke duik. Terwijl jullie lekker aan het spatteren zijn, schrik je je een aap als er een lijk boven komt drijven. Erger nog, het is een bekende. Schrijf deze scene in max. 500 woorden.

3) Als grap geeft een familielid je een dubieuze onderscheiding tijdens een familiedag (bijvoorbeeld Slechtste pingponger, beste bierdrinker, etc). Je accepteert de prijs en houdt een korte speech. Beschrijf deze scene (max. 500 woorden)

Quiz: Kun je als schrijver de waarheid aan?

Kun je de waarheid aan?
– naar Elizabeht Guy – You CAN handle the truth –

De eerste les die schrijvers moeten leren is hoe je met kritiek van lezers om moet gaan.

Kritiek is nooit leuk. Toch zijn er momenten dat je iets met kritiek moet doen. Bijvoorbeeld om er iets van te leren. Probeer de quiz hieronder om te ontdekken of jij al klaar bent voor de naakte waarheid.

Een lezer vindt jouw hoofdpersoon helemaal niet sympathiek. Wat doe je?
a) je schopt de vuilnisbak omver
b) je roept: ‘Wat weet zij er nou van? Dit personage steekt intellectueel gezien mijlenver boven haar uit! Ik verander niets!’
c) je zucht eens diep en bedenkt hoe je hoofdpersoon toch een klein sympatiek trekje mee kunt geven.

Een lezer begrijpt een bepaald gedeelte uit jouw verhaal niet, juist dat gedeelte waar je zelf erg trots op bent. Wat doe je?
a) je gooit met de deuren
b) je roept: ‘wat een oen! Deze passage is pure poëzie!’
c) je zucht eens diep en bedenkt hoe je de passage  het beste kunt verhelderen.

Een lezer is in de war geraakt door iets wat  jouw hoofdpersoon doet. Hij zegt dat het niet bij het karakter van de hoofdpersoon past. Wat doe je?
a) je laat een paar borden kapotvallen
b) je roept: ‘Ho even. Ik heb dit allemaal uitgelegd in hoofdstuk 2. Zelfs een halve gare kan zien dat dit een volstrekt logische reactie is van de hoofdfiguur. Kan ik het helpen dat deze lezer niet op zit te letten?’
c) Je zucht eens diep en denkt na over het terug laten komen van een paar sleutelwoorden uit hoofdstuk 2.

Een lezer vindt jouw hele hoofdstuk 7 zo saai dat hij niet verder was gegaan als hij zich niet verplicht had gevoeld het boek uit te lezen.
Wat doe je?
a) je spuugt op de stoep
b) je roept: ‘Saai? Misschien vindt hij het saai omdat hij de hele dag voor zijn tv zit te wachten op de volgende explosie. Natuurlijk gaat mijn dieptepsychologie hem dan vervelen!’
c) Je zucht eens diep en bedenkt hoe je hoofdstuk 7 meer vaart mee kunt geven.

Een lezer is niet geraakt door jouw emotionele slot. Wat doe je?
a) je schudt verwoed aan een boom
b) je roept: ‘Waar is het emailadres van deze debiel? Ik zal hem eens eventjes vertellen wat ik van hem denk!’
c) Je zucht eens diep en bedenkt hoe je de onderliggende redenen voor dit specifieke slot kunt beschrijven.

DE RESULTATEN

Als je bij alle vragen c. hebt geantwoord, ben je klaar voor de waarheid. Anders niet. Nog niet.

Natuurlijk is incasseren en nadenken over wijzigingen geen gemakkelijke opgave, maar het is zeker de moeite waard. Er zit een belangrijke les in, die je eigenlijk met een punaise aan je prikbord zou moeten hangen:

HET LIGT NOOIT AAN DE LEZER!

De verantwoordelijkheid ligt helemaal bij jou, de schrijver. Jij moet zo communiceren dat elke lezer kan horen wat jij wilt dat hij hoort, voelt wat jij wilt dat hij voelt, ziet wat jij wilt dat hij ziet. Als dat niet lukt, is het niet zijn fout, maar de jouwe.
Dus niet boos worden maar aan het werk gaan!
Voor je het weet, zit je te snakken naar de waarheid. En als het zover is, als je dat punt bereikt waarop je jezelf van je werk kunt scheiden en naar eerlijke meningen van anderen kunt luisteren zonder beledigd te zijn, dan weet je dat je goed op weg bent om een volwassen, professionele schrijver te worden. En was dat niet wat je wilde zijn?

Dit artikel verscheen oorspronkelijk in de Verenigde Staten in 2003 en werd door ons in 2009 vertaald en bewerkt.

Korte schrijfles van Michael Crichton

Dinosaurussen op verre eilanden. Moordzuchtige gorilla’s die een veld diamanten bewaken. Getergde dokters die hordes gewonde patienten verzorgen. Zelfs als je zijn boeken nog nooit gelezen hebt, begrijp je wel hoe sterk de verbeeldingskracht is die hij de laatste tientallen jaren aan de dag legde – Jurassic Park, Congo of zijn televisieserie ER – allemaal staaltjes van Michael Crichton’s  geraffineerde en bijdetijdse vertelkunst.

Michael Crichton
Ter nagedachtenis aan deze auteur, die eind 2008 op 66-jarige leeftijd overleed, vertelt auteur Karen Dionne – recensenten typeren haar als ‘de nieuwe Crichton’   – puntsgewijs wat zij van haar grote idool heeft opgestoken.

 

 

 

1. Daag je lezer uit. Wees niet bang om complexe onderwerpen zoals quantum fysica of genetische manipulatie bij de kop te pakken. Lezers vinden het heerlijk om iets nieuws te leren. Het is net zo belangrijk hun nieuwsgierigheid te prikkelen als ze vanaf de eerste pagina bij de lurven te pakken.

2. Verras je lezer. Wie The Andromeda Strain leest kan het einde niet raden. Romans moeten nieuw zijn. Onvoorspelbaarheid is het sleutelwoord.
3. Laat de klok tikken Timing, spanning, impuls, snelheid – Crichton zet de norm. Een bonzend hart houdt de lezer aan het lezen.
4. Zorg dat de feiten kloppen. Of je nu te maken hebt met wetenschap, geschiedenis of locatie, lezers verwachten dat je achtergrondinformatie deugt.
5. Speel losjes met de feiten. Het verhaal overtroeft alles. Crichton kon het onmogelijke zelfs geloofwaardig maken. Iedereen weet dat je dinosaurussen niet uit fossiel DNA kunt klonen, maar áls het kon …

Schrijversfoutje nummer 11: tijd verspillen

Foutje nummer 11: Tijd verspillen

Waarom is dit verkeerd?
Tijd is het meest waardevolle wat je hebt.
Een van de grootste smoezen die mensen opvoeren voor het niet-schrijven is tijdgebrek. Maar dan hebben ze niet door hoe ze hun tijd werkelijk besteden.
Terwijl tijd het meest waardevolle is dat we hebben, gaan we er juist het slordigste mee om. Het is gemakkelijk om te zeggen ‘Leef elke dag alsof het je laatste is’, maar dat is geen goed advies voor een schrijver die weet dat hij of zij minstens een jaar nodig heeft om een roman te schrijven. Hij zou dan meteen stoppen met schrijven en op wereldreis gaan of iets dergelijks. Wat een schrijver nodig heeft is prioriteit geven aan het schrijven, een hogere prioriteit dan aan allerlei afleidingen. Een schrijver moet vaststellen welke plek het schrijven in zijn leven inneemt en dan volgens die prioriteit gaan handelen. Je kunt niet alleen maar zeggen dat je een schrijver wilt zijn. Je moet leven alsof je er echt een bent!

De oplossing:
Als je een schrijver wilt zijn, moet je het schrijven zo belangrijk maken dat het ‘ten koste gaat’ van je minder belangrijke activiteiten. Noteer je dagelijkse routine maar eens. Bekijk nu waar de reserve zit, met welke dingen je kunt ophouden, zoals bijvoorbeeld TV kijken, en maak daar je schrijfmoment van.

Veel geslaagde schrijvers hebben hun schrijfmoment gepland aan het begin of juist het eind van de dag: ze stonden een uurtje vroeger op, of gingen een uur later naar bed en gebruikten dat uurtje altijd voor hun schrijfwerk. Sommige mensen schrijven dagelijks in de trein naar hun werk, en anderen pennen tijdens de lunch.

Als je maar graag genoeg schrijver wilt worden, ga je er ook de tijd voor vinden.

Succes!

  • Tekst gebaseerd op het boek: 70 solutions to common writing mistakes, van Bob Mayer
  • Als je nu inschrijft voor onze nieuwsbrief, ontvang je  dit (Engelstalige) eboek (PDF) helemaal gratis via email!

Schrijversfoutje nummer één: niet beginnen

Foutje 1: Niet beginnen

Waarom is dit verkeerd?
Als je er niet aan begint, kun je het ook niet afronden.
Het afmaken van welk schrijfproject dan ook, vooral een roman, is een afschrikwekkend vooruitzicht. Veel mensen raken verlamd bij het idee. Anderen wachten tot de tijd rijp is. En er zijn mensen die eindeloos wachten op inspiratie. Zelfs ervaren schrijvers vinden het gemakkelijker om allemaal andere dingen te doen dan schrijven.
“Ik wil altijd nog een boek schrijven, of een artikel, of een roman”, zeggen sommige mensen. Mooie praatjes van pseudo-auteurs.

De oplossing:
Begin op elke willekeurige moment. De openingszin, eerste pagina en eerste hoofdstuk zijn cruciaal, dat klopt. Maar bedenk dat je die altijd nog kan aanpassen tijdens het herschrijven. Dus het beste pak je gewoon het meest geschikte startpunt en begint te schrijven. Nu is de tijd rijp. Dit moment.

Als je kijkt naar gevestigde schrijvers, zie je dat ze vaak begonnen zijn op een schijnbaar onmogelijk moment – vaak als hun leventje verre van perfect is. Je zou zeggen dat de timing nergens op lijkt. Maar dat kan nou net het allerbeste moment zijn om te schrijven! Als je op het perfecte moment gaat zitten wachten, komt het nooit.

En je zit dit nu te lezen? Als je altijd al hebt willen schrijven maar nog nooit hebt geschreven wat je eigenlijk wou, dan is dat je eerste foutje en dat is makkelijk recht te zetten. Stop nu met lezen. Open een Word-document of pak een notitieboek en een potloodje (perfectie hoeft niet!), prik je creatieve ‘ader’ aan en laat het bloed rijkelijk vloeien!

Succes!

  • Tekst gebaseerd op het boek: 70 solutions to common writing mistakes, van Bob Mayer
  • Als je nu inschrijft voor onze nieuwsbrief, ontvang je  dit (Engelstalige) eboek (PDF) helemaal gratis via email!